ABOUT

  • ULYSSE 

Bij het grondig bestuderen van een werk ontdekt de kijker hoe foto’s, etsen, papier, verf worden samengevoegd tot een volledig nieuw geheel. Een lang proces van vele handelingen, die uiteindelijk resulteren in een nieuw werk. Zelf zegt ze hierover: ‘zoeken, veranderen, corrigeren, etsen, graveren, tekenen, hernemen, overschilderen, collage, montage behoren tot het ontstaansproces van mijn werk’.

Deze lange werkwijze van aftasten, wegnemen en toevoegen maakt haar geest vrij, waardoor de inhoud zich onbewust naar voren dringt. Een inhoud die is samen te vatten als een actueel symbolisme.

…..het werk van Vicky Gruyters zit vol met symbolen: de appel, de cirkel, de spiraal, mannen, vrouwen, harten, kruisen, goud, rood en nog veel meer. Haar voorliefde voor het werk van Goya, Odilon Redon, Böcklin –  dé symbolisten van het einde van de 19de eeuw – lijkt dan ook vanzelfsprekend. Immers, de transpositie, het omzetten van een idee door een beeld – wat een spel was – bij de symbolisten, is ook haar niet vreemd. Hierdoor uit ze aan de  toeschouwer haar visie op de wereld, haar denken over het menselijk gedrag en de vele menselijke eigenschappen. Ze wijst hem terug naar de plaats van de mens in het universum, in de wereld, in de samenleving.

“Who is the truth” toont een klein tenger figuurtje met uitgestoken handen. Het oogt klassiek – het is ontleend bij Goya –  maar wordt door Vicky  Gruyters ingepast in haar beeldtaal. Weggekrast is het gezicht, anoniem wordt de mens. De ene hand is wit, de andere is zwart. Het zijn sprekende verwijzingen naar haar sociale bekommernis en verwijzing naar onze samenleving, waar verschillen tussen ras en kleur nog altijd sterk bepalend zijn.

Herinneringen en associaties, ze schuiven in elkaar over. Voorbeeld hiervan zijn de gouden schoentjes van de godin Athena,  zo subtiel aangebracht op twee elegante, gekruiste sierlijke damesbenen. Net genoeg om vragen op te roepen. Dromen van het goddelijke in een menselijke context.

… een verlangen om los te komen van de harde dagelijkse realiteit, om onthecht te zijn van de materialiteit en om nog even te verpozen in de fase tussen ontwaken en wakker worden, tussen droom en werkelijkheid…

uit de tentoonstellingstekst, Ulyssee 2011, van Lut Maris , Mijlpaal ,Heusden-Zolder

 

  • ULYSSE

…When examining a piece of art the viewer discovers how pictures, paper and paint are joined together to complete a whole new work of art. A long process of many actions, which will finally result in a new work. Vicky Gruyters herself tells us: ‘searching, changing, correcting, etching, engraving, drawing, taking up again, repainting, collage, montage, … it’s all part of the developmental process of my work.’…

This long process of exploring, deleting and adding up sets her mind free, and as such the content comes unintentionally to the fore. A content that could be summarised as a current symbolism.

…Her work has plenty symbols: the apple, the circle, the spiral, men, women, hearts, crosses, gold, red and a lot more. Her preference for the work of Goya, Odilon Redon, Böcklin – the symbolists of the end of the 19th century – is without doubt obviously. After all, the transposition, the transformation of the idea to an image – which was sort of a game – for the symbolists, is also familiar to her. Through this transposition she shows her opinion and her perspective of the world, her way of thinking about human behaviour and other human characteristics to the spectator. She turns him back to the place of the human being in the universe, in the world, in the society…

“Who is the truth” shows a small, fragile character with both hands sticking out. It looks classic – it’s derived from Goya – but it is used by Vicky Gruyters in her language of images. The face is being scratched away, the character becomes anonymous. One hand is white, the other black. These are very expressive references to her social concern and reference to our society in which differences between races and colours are still very prominent and determining. She can’t let go of the fact why human race can’t live together in harmony.

Memories and associations are united. An example of this are the golden shoes of the goddess Athena, placed so subtle on two elegantly crossed lady legs. Just enough to raise some questions. Dreaming of the deity in a human context.

… a reference to a desire to be freed from the hard knocks of reality, to get away from the materiality and to rest for a while more in the phase between arousing and waking up, between dream and reality.

 

Exhibition “Ulysse”,

Lut Maris , Mijlpaal ,Heusden-Zolder

 

  • NATURE – CULTURE

This artwork is situated in the ‘twilight zone’ between nature and culture. We find perishable human creations slowly fading into the ‘consuming nature’ that surrounds it. The present and past fade into each other and the observer has the rare chance to catch a glimpse of the vanishing point.
The central motif is an abandoned building under siege by the unrelenting appetite of nature. The ruins and their stories of days gone by, merge into their surroundings; the ever changing, ever growing nature; from this apparent destruction a new story begins.

The journey of the prints starts with impressions and memories from travels to places with different histories. Sketches and photographs evolve into new images. By letting go of the actual picture, a new image finds life. Some parts disappear; others are printed over, layer by layer.

To re-use an existing image is not just making a copy or echo of the original, it’s giving birth to a brand new creation. In this way we no longer talk about reproduction. The edition is small, sometimes there is only one original print, so in this process what is so often termed ‘graphic art’ gets to offer its unique character.

 

 

 

De aanwezigheid van de natuur in de cultuur : het is precies de cultuur die naar de natuur , waar tegen ze als bescherming was opgeworpen , terugkeert.

(bron: Ton Lemaire, Filosofie van het landschap.)

 

Een terugkerend thema in het grafisch werk is het grensgebied tussen natuur en cultuur, met daaraan gekoppeld de spanning tussen heden en verleden . In deze context lijken de grenzen soms te vervagen, waardoor de toeschouwer een blik kan werpen in het verleden . Een onderliggend thema is vergankelijkheid.

Het centrale motief is een verlaten huis, gebouw, ruïne, omgeven door een verstoorde natuur. Natuur staat hier voor groei, dynamiek en veranderlijkheid. De ruïnes dragen een verleden met zich mee. Hun afgebroken verhaal gaat op in de dynamiek van de omgeving, en vormt zo een totaal nieuw verhaal.

Vertrekkend vanuit een verzameling aan indrukken, herinneringen en geput uit het persoonlijk beeldarchief van foto’s en schetsen geregistreerd tijdens verblijven in het buitenland, worden beelden gehaald die later in het atelier verwerkt worden. In elk beeld zijn reeds de kiemen van een nieuw beeld aanwezig.

Een nieuw beeld wordt gecreëerd door het beeld los te laten : overtolligheden worden geschrapt, andere delen worden laag na laag aangebracht of overdrukt.

Het hernemen van een bestaand beeld leidt niet tot een verzwakte kopie of een echo van het origineel, maar is een scheppende activiteit. Van reproductie is hier niet echt sprake meer, het aantal oplagen wordt beperkt, soms tot één originele druk, waardoor het grafisch werk een uniek karakter krijgt .